AKTA METER

Hieronder kan je de AKTA-meter online invullen. Als je hem op papier wenst
in te vullen download hier dan de PDF versie en druk deze af.

Naam kindercentrum
Type centurm
Datum beoordeling
Naam beoordelaar
Naam van de groep
Aantal kindplaatsen

Deel 1

Aantal en soort activiteitenplekken 2-4 jaar

Emotionele veiligheid: veiligheid en geborgenheid zowel fysiek als sociaal; goede verzorging

1 Plek in de groepsruimte waar een kind kan rusten op elk moment van de dag

Actie nodig?

2 Plek om te eten en te drinken met kinderen

Actie nodig?

3 Plekken waar kind zich kan terugtrekken, of verstoppen: onder hoge box, in een huisje of tentje, matras met kussen

Actie nodig?

4 Plek voor luisteren, knuffelen, voorlezen (zachte matras met kussens)

Actie nodig?

Sociale competenties: aangaan van sociale relaties

5 Plek om met een groepje samen te kunnen zijn zoals kleed, kring, lage stoeltjes

Actie nodig?

Sociale competenties: alleen of met verschillende groepjes spelen of zijn

6

Actie nodig?

Persoonlijke competenties: motorische en zintuiglijke ontwikkeling

7 Plek om te kunnen bewegen (grof motorisch spel), Vrij vloeroppervlak met losse elementen

Actie nodig?

8 Plek om te kunnen liggen, rollen, snoezelen (zachte matras met kussens)

Actie nodig?

9 Plek voor zandspel

Actie nodig?

10 Plek voor waterspel

Actie nodig?

11 Klauter/klimplek (schuimrubber elementen, klim/glij-element, traptreden of bordes)

Actie nodig?

Persoonlijke competenties: creatieve ontwikkeling

12 Creatieve plek: voor schilderen, tekenen, kleien, knippen en plakken (laag knutseltafeltje of aan eettafel)

Actie nodig?

13 Schilder- of tekenbord aan de wand

Actie nodig?

Persoonlijke competenties: emotionele ontwikkeling

14 Volledige huishoek voor rollenspel, fantasiespel eventueel gecombineerd met een winkeltje

Actie nodig?

15 Verkleedhoek

Actie nodig?

16 Plek om te spelen met boerderij, dieren, fantasiespel, playmobil

Actie nodig?

17 Spiegel op kindhoogte

Actie nodig?

Persoonlijke competenties: cognitieve ontwikkeling

18 Plek voor ordenen, sorteren, manipuleren, puzzelen (kleedje voor een kieskast, tafeltje op kindhoogte met kieskast)

Actie nodig?

19 Bouwhoek voor spel met duplo, lego, blokken

Actie nodig?

20 Hoek voor spel met auto's, garage en treinen

Actie nodig?

21 Leeshoek voor het bekijken van boekjes, voorlezen en het luisteren naar muziek of verhalen

Actie nodig?

22 Ontdekplek voor ontdekken en experimenteren met diverse materialen

Actie nodig?

Andere plekken die niet genoemd zijn:

Anders, namelijk:

Actie nodig?

Anders, namelijk:

Actie nodig?



Totaal aantal plekken: 0

Minimaal moeten er acht plekken aanwezig zijn voor de peutergroep en voor een gemiddelde pedagogische kwaliteit van de inrichting twaalf plekken. Het is van belang dat er voldoende en verschillende speelplekken aanwezig zijn, zodat kinderen kunnen kiezen waarmee ze willen spelen en zodat kinderen alleen of in groepjes van twee tot vier kinderen kunnen spelen.



Vind je het aantal aanwezige activiteitenplekken voor de groep voldoende?

Vind je de spreiding van activiteitenplekken over de verschillende pedagogische basisdoelen voldoende? Komt deze overeen met de pedagogische visie en werkplan van je centrum?

Deel 2

Indeling en inrichting: algemene kenmerken

Klik aan wat volgens jou van toepassing is en klik aan of je vindt dat er actie nodig is.

De scheiding tussen drukke en rustige plekken is:

Alle drukke activiteitenplekken zoals plek om te kunnen rennen, dansen en stoeien liggen niet naast de rustige plekken zoals de leeshoek en de poppenhoek.

Er is een gedeeltelijke scheiding tussen rustige en drukke plekken.

Er is geen of haast geen scheiding tussen rustige en drukke plekken.

Actie nodig op dit onderdeel

De loopruimte tussen de verschillende activiteitenplekken is:

Dit is de ruimte tussen activiteitenplekken, zodat kinderen tussen de verschillende plekken rond kunnen dwalen en een activiteit kunnen kiezen zonder andere kinderen te storen.

Genoeg ruimte tussen alle of de meeste activiteitenplekken om bovenstaand gedrag mogelijk te maken.

Ruimte tussen een paar activiteitenplekken om bovenstaand gedrag mogelijk te maken.

Geen ruimte tussen activiteitenplekken voor bovenstaand gedrag.

Actie nodig op dit onderdeel

De eigen plek voor het kind is:

Kind heeft een plek in de groepsruimte (lade, kastje, doos) waar het zijn spulletjes kan opbergen.

Kind heeft bij de garderobe een dergelijke plek.

Kind heeft niet een dergelijke plek.

Actie nodig op dit onderdeel

De sfeer is afgestemd op de leeftijdsgroep:

Er zijn veel en/of felle kleuren toegepast. Decoratiemateriaal hangt overal in de ruimte.

Actie nodig op dit onderdeel

De verlichting is:

Er is een basisverlichting en een paar sfeerlampen. Variatie in soort verlichting is beperkt mogelijk.

Er is alleen maar een basisverlichting. Variatie in lichtsterkte en in soort verlichting is niet mogelijk.

Actie nodig op dit onderdeel

De hoeveelheid bergruimte van de groep is:

In en buiten de verblijfsruimten (groepsruimte, speelhal, activiteitenruimten) is zoveel bergruimte aanwezig dat de verblijfsruimten een opgeruimde indruk maken. Materiaal wordt opgeborgen waar het hoort (in kasten en bergruimten).

Niet alles kan in kasten of in bergingen worden opgeborgen.

Veel spullen kunnen niet in kasten of bergingen worden opgeborgen. Er zijn open planken aan de wand, losse materialen op kasten, dozen of spelmateriaal op de vloer, of spullen worden in ruimten opborgen die daarvoor niet zijn bestemd (zoals slaapkamers, sanitair).

Actie nodig op dit onderdeel